Vanavond ben ik weer bij haar op bezoek geweest. Ze ligt nog steeds op de afdeling geriatrie alhoewel er van liggen geen sprake meer kan zijn. Het ziekenhuis is druk op zoek naar een ‘logeerkamer’ in een verzorgingstehuis en dat mag niet te lang meer duren. Ze is te gezond voor het ziekenhuis, maar niet goed genoeg meer om thuis te mogen komen.
Tijdens ons gesprek hield ik haar hand vast. Zachte broze handen. Ze vroeg naar de man en de buren en ze lachte om mijn postcode mazzel. Ze wist niet meer wie er allemaal op bezoek geweest waren, maar wel dat het al 5 jaar geleden was dat haar man was overleden.
“Ik zou willen dat mijn hoofd weer normaal was” zei ze plotseling. ” Wat is er dan met je hoofd?” vroeg ik. “Het wil niet meer” was haar antwoord. ” Ik kan het niet uitleggen, ik heb de woorden niet meer. Ik wil gewoon weer bij de tijd zijn” “Ben je verdrietig Co?” ze knikte, zo breekbaar zo intens verdrietig heb ik haar nog nooit gezien.
Wachtend op mijn bus werd ik plotseling overvallen door een intense pijn. Ik besefte dat ik mezelf al de hele tijd met gekruiste armen krampachtig vasthield en dat mijn spieren hevig protesteerden tegen al dat geweld. Alsof ik vast wilde houden aan het nu en loslaten ook echt loslaten zou zijn.
😕
Dit soort dingen breken mijn hart…
Knap, dat je dat gevoel zo weet te beschrijven.
@Marloes: zie mijn reactie op uw logje (Zusje) van 29 maart.