Wie vruier

't hoes

Iech weul zoeë jeer nog ins joa kieke,
in ’t hoes woa iech jeboare bin.
De lu die in die tsiet doa woare,
junt miech noeëts oes d’r zin.

Iech weul zoeë jeer nog ins sjloffe
in t hoes woa iech e sjtumpsje woar.
´t Jeveul va doe han iech urjens verloare
en dat vilt mich aaf en tsouw zoeë sjwoar

Iech weul zoeë jeer nog ins èse
in ’t hoes woa iech mieng kinkheet verloar.
De bilder miech in de zieël  jesjlèfe,
als wuur ’t jister, zoeë kloar

Iech weul zoeë jeer nog ins joa danse
bis mörjens vrug de zon óp koam.
De oge, wie doe, losse sjanse
en de jlazer leëje bis óp d’r boam.

Iech weul zoeë vöal nog ins beleëve
en miech herinnere de sjpas.
De lu va doe nog ing kier knoevele
en miech da haode doa aa vas,

Marloes

Advertenties

Óp miech zelver

Viva

Iech hod miech óp miech zelver, 
da deet miech óch jinne pieng.
En wen iech ins nit loestere wil, 
iech óch va jinne de oere jeweasje krien

Iech hod miech óp miech zelver, 
en han da va jinne las. 
Went angere uvveree valle dunt,
hod iech miech zelver vas. 

Iech hod miech óp miech zelver, |
miene ruk sjtram wie e bret.
Wen um miech hin d’r krig oesbricht, 
maach iech mie éje bed.

Iech hód miech óp miech zelver, 
mie hoes mie paradies.
Mieng hemet doa kunt miech jinne aa, 
Weë dat waagt, deë hat pries.

Heemwieë

Joep

Iech woeënet in ing anger sjtad
En vroaget noa d’r maat
Die lü dónge miech nit versjtoa 
En hant miech oes-jelaad.

Iech woeënet in ing anger sjtad
En vroaget noa d’r Joep
De lü trókke ing vreëm visage
En date iech woar jetoepd.

Noen bin iech heem woa iech jehuur
En ken mie dórp nit tsuruk
D’r maat is enne kale plai
En leëg is ‘t hinger Herjods ruk.

’t Maat miech allenäu nuus oes
Want hei, hei wil iech zieë.
Zoeë lang d’r Joep zieng plaatsj behelt 
Bin iech jelukkig, han iech vrieë.

Marloes

Kafka

Het begint steeds meer op een roman van Kafka te lijken, dames en heren.

De hoofdrolspelers, een groepje ‘notabelen’ die zich een van de laatste cultuurhistorische gronden uit ons dorp (mijn oma zei dorp, mijn moeder zei dorp en ik zeg dorp) willen toe-eigenen voor een project ter meerdere eer en glorie van zichzelf en dat alleen toegankelijk zal worden voor hen die op dezelfde hoogte verblijven.

Aan de andere kant een bisschop die mij in een persoonlijk gesprek laat weten zich min of meer gegijzeld te voelen door een woord dat jaren geleden, onder protest, gegeven is en waar niets van op papier staat. Zijn hoop dat de gemeente uiteindelijk de stekker uit dit plan zou trekken lijkt te zijn gelukt, maar voor hoe lang?

Vervolgens komen onze bestuurders in beeld. Zij, die erop toe moeten zien dat alles wat er aan waarde binnen onze gemeenschap te vinden is, gekoesterd wordt. Eerst nemen ze een aanvraag in behandeling die aan alle kanten rammelt. Geen inrichtingsplan is toegevoegd en er ontbreken talrijke onderbouwende documenten. Het project lijkt van de baan, maar dan worden gemeentelijke percelen ineens in tweeën gesplitst en mag een familie met de naam Zillikens, erven van de dames Deutz (die op zich al genoeg materiaal leveren voor een boek) zich de eigenaar noemen van een stuk
Berenbos, terwijl aan de overkant van de Berenbosweg ineens een pad wordt aangelegd dat richting Frauensief lijkt te lopen.

02 Wandelpad Opstapje
Foto: Frank Verdel

Dan hebben we nog een kleine groep strijders die zich sterk maakt om deze parel, die in ons midden ligt, te laten zoals het is. Zij strijden voor het behoud van dat wat Rolduc zo uniek maakt en dat zij willen behouden voor de generaties die nog moeten komen. Zij zien geen knollevelden, maar een historisch landschap met een ongelooflijk rijke flora en fauna die voor altijd zou kunnen verdwijnen, mochten de ‘notabelen’ hun zin krijgen.

Het wachten is op deel twee, waarin de notabelen ineens wel over de juiste documenten lijken te beschikken, de onderzoeken, al dan niet door onafhankelijke instanties, zijn uitgevoerd, en men voor de derde keer een gooi doet naar eeuwige roem.

Ik kan niet wachten.

 

Schaamteloos

Alleen zij die geen schaamte kennen zouden zich moeten schamen.
Blaise Pascal

Het blijft knagen, dat gevoel van onbehagen. Vanaf het eerste ogenblik dat ik het facebook bericht gisteren onder ogen kreeg heb ik me af gevraagd wat er in de afgelopen 20 jaar in hemelsnaam is gebeurd in ons dorp.

Waar is de saamhorigheid, de vriendelijkheid maar vooral de collegialiteit gebleven die onze gemeenschap ooit zo hecht maakte? Wie heeft bepaald dat het recht van de sterkste, of in dit geval de grootste waffel, de hoogste toon zou moeten gaan voeren en dat de hufterigheid regeert?

De manier waarop een (in mijn ogen) integer mens met naam en toenaam aan de schandpaal werd genageld vond ik al niet kunnen, maar dat vervolgens mededorpsbewoners over elkaar buitelen om zo’n bericht te ‘liken’ is al helemaal absurd. Het zal je maar gebeuren. Een klein conflict en hopla! Je hele hebben en houden op facebook. Ook mensen die van de hoed en de rand geen ‘blasse ahnung’ hebben,  betrek je zo bij je je persoonlijke vete. Schaamteloos, volwassenen onwaardig.

En dan het vervolg.

Na een heel jaar ons professioneel gesloten te hebben gehouden, is nu, na 2 uur de waarheid te hebben geventileerd, wel genoegzaam bekend dat we…usw usw

Een zin die meer vragen oproept dan antwoorden geeft, laat staan dat het je acties op facebook zou kunnen rechtvaardigen.

Professioneel zou zijn geweest als je met alle partijen contact gezocht had en een poging had gedaan het conflict in overleg uit de weg te helpen.Had het niets uitgehaald dan had je in ieder geval je best gedaan. Je had ten allen tijden op welk sociaal platvorm dan ook kunnen laten weten dat er in de geruchten, die blijkbaar de ronde doen, geen enkele kern van waarheid  ligt en dat het gewoon ‘business as usual’ blijft. Nu heb je alleen mensen beschadigd en laat je bij een heleboel anderen en hele vieze smaak in de mond achter.

Professioneel dat ben je…of je bent het niet. Er zit nergens een knop die je te pas en te onpas kunt omdraaien alsof je een mengpaneel bedient. Er is niets, maar dan ook helemaal niets dat je naar voren zou kunnen brengen dat je gebrek aan professionaliteit zou kunnen verdoezelen.

Schaamteloos… en wie de schoen past…

Foto op Dinsdag. Wat is privé?

Nog voor ik de opdracht van vandaag gelezen had, kreeg ik  een mail van iemand die had ontdekt dat haar foto op mijn blog te vinden was. Niet alleen haar foto, maar haar collega had ook haar naam en haar woonplaats vermeld in een reactie. Niet fijn. Of ik die a u b wilde verwijderen.
Natuurlijk doe ik dat. Geen punt. Ik moest wel even zoeken want de foto bleek onderdeel van een plog uit 2014.

De opdracht van vandaag bleek hier naadloos bij aan te sluiten en gaf mij stof tot nadenken

Als ik oude blogs en plogs bekijk dan kom ik maar weinig foto’s van (mij onbekende) mensen tegen. Ik ben er niet goed in, in mensen vastleggen. Heeft ook niet echt mijn interesse, terwijl ik heel erg kan genieten van goede “straatfotografie“.Zoeken naar dit  onderwerp levert heel veel informatie op, als ook sites van fotografen (al dan niet in collectief) die zich met deze manier van fotograferen bezig houden. Je kunt tips vinden en  (online)lessen en workshops volgen. Er is dus blijkbaar een markt voor. Maar…hoe zit ’t dan met die ‘privacy’?
Vooraf vragen of je iemand mag fotograferen laat het moment verloren gaan, achteraf is het onderwerp misschien al uit beeld verdwenen en om nou als een malle achter iemand aan te rennen? Grote kans dat je dan echt een knal voor je kop krijgt.

klein

Met de komst van snapchat (haar schuld!) merk ik dat ik  losser om ga met het filmen van mensen. Zeker als de persoon in kwestie er heel mooi uitziet of juist in tegendeel heel asociaal bezig is (meestal in trein of bus) Het mooie van snapchat is dan wel dat alleen mensen die mij volgen ( een hele kleine groep) die beelden kunnen zien en dat deze beelden na 24 uur ook weer als sneeuw voor de zon verdwijnen. Maar toch…ook hier kom je in de privésfeer van anderen en nu helemaal zonder dat ze er weet van hebben.

Maar wat als de politie vraagt of je foto’s maken wilt op het moment dat er in je omgeving een misdrijf plaats vindt? Gelden er dan  andere wetten? Ben je vogelvrij tijdens het overvallen van een winkel maar niet als je met je grote voeten op de bank van de trein zit? Waar ligt de grens?