Lelijk

Toen ik op het station aankwam, reed de bus net voor mijn snufferd weg en begon het lange wachten. Aangezien ik al een tijdje niet meer op het station geweest ben besluit ik om de boel eens grondig te gaan bekijken. De bouwput is weliswaar dicht, maar ik kan nog niet ontdekken wat er met de bovenlaag gebeuren gaat. Het ziet er erg vreemd uit. Een grote vlakte golvend grijs beton met enkele enorme schoorstenen. Houten huisjes die scheef lijken te staan. Het zou zomaar een soort skatebaan kunnen worden en de houten huisjes snackbarretjes of haringkramen?
Mijn blik gaat naar de overkant van de straat. Hotel Haarhuis, Hotel Old Dutch. Recht toe recht aan. Gebouwen zonder karakter. Het einde van de bouwput. De zijkant van een gebouw dat mocht blijven staan. Afgeplakt met rood plastic. Tegen de regen? De kou?
Als ik me omdraai om naar de mensen te kijken valt mijn blik op een Loesjes poster:
In Arnhem
staan de lelijkste gebouwen
op de mooiste kelders.
Zoals altijd treft deze tekst de spijker precies op de kop. Arnhem is echt foeilelijk

Advertenties

Effe wachten

Vaderdag, de weersverwachting is uitstekend dus beloof je de kinderen om ze een dag mee naar het strand te nemen. Om urenlange files te vermijden neem je de trein. Op een enkel incident na verloopt de dag voorspoedig totdat je huiswaarts keren wil.
Kinderen, moe van het spelen, dreinen. Zo goed en zo kwaad als het gaat probeer je alle meegebrachte troep weer in dezelfde tassen te proppen die je ’s ochtend zo voorbeeldig ingepakt had. De weg naar het station is lang en de riem van de badtas schuurt over je verbrande schouder Je voelt de hitte van de straatstenen door je sandalen heen. Je verlangt naar een koele douche en een koud drankje.Als je uiteindelijk het station in het vizier krijgt begin je bange vermoedens te krijgen die snel daarna bewaarheid worden.
Storing bij NS, voorlopig ben jij nog niet thuis

Extremist

Vanochtend kon ik uit twee zitplaatsen kiezen in de bus. Aan de ene kant een knul van een jaar of 8 die onderuitgezakt met een spelcomputer aan de gang was. Zijn tas naast hem op de lege stoel. Aan de andere kant een militair die zich vreselijk breed maakte met de telegraaf. Ik koos voor de laatste. Mompelde “Goedemorgen” en schoof in. Terwijl hij zich verder in zijn krant verdiepte gaf ik mijn ogen eens goed de kost. De zware schoenen aan zijn voeten. Smetteloos waren ze niet te noemen, maar schoner dan mijn eigen schoeisel in ieder geval. De broek en het hemd piekfijn gestreken. Ik voelde me meteen vreselijk verfomfaaid.
Mijn blik ging naar zijn kaalgeschoren hoofd en ik bedacht dat, als hij op dat moment Lonsdale kleding aan had gehad, ik waarschijnlijk niet naast hem was gaan zitten.
Kleren maken de extremist?

Cyber liefde?

Vandaag wil ik jullie, als de tijd het toelaat tenminste, een impressie geven van het busgesprek dat gisteren achter mij plaatsvond. Mijn vaste praatmaat J, stond al bij de bushalte in gesprek met een andere dame. Zij, kittig klein ding van het type, geen speld tussen te krijgen, was duidelijk in haar nopjes en in de bus kwam de aap uit de mouw.
“Hoe was je weekend eigenlijk?” vroeg J. Nu was er echt geen houden meer aan. Ze begon haar relaas met een reisverslag waar ik halverwege al niets meer van begreep. Ze moest naar Rotterdam om daar een man te ontmoeten die ze via het internet had leren kennen. Hij zou haar daar oppikken, maar de trein stond vlak voor Rotterdam stil. Via Den Haag en van daaruit met de tram kwam ze uiteindelijk uren later in Rotterdam aan. Hij nam haar vervolgens mee naar Delft? “Ken je de groep Tee Set? ” vroeg ze aan J. ” Ze hebben ooit een hit gehad met Ma Belle Ami” vervolgens gaf ze een riedeltje weg waar mijn tenen krom van trokken. “Hij was de drummer, eind jaren 60”
Hij was duidelijk veel ouder dan zij, vervolgde ze haar relaas, maar dat was helemaal geen punt. Hij was zacht en krachtig tegelijk. Een man met gevoel en nog jong van hart. Hij moet in ieder geval een puike minnaar zijn, want ze zijn het hele weekend het bed niet uitgeweest. De man van haar dromen.
Tegen die tijd had iedereen in de bus zijn/haar hoofd al wel een keer omgedraaid om haar eens goed te bekijken. De hele route heb ik met stijgende verbazing geluisterd.
Soms kan uitstappen een verademing zijn

Bouwput

Vrijdagmiddag…op weg naar huis moet ik wachten op de bus. Met mijn hoofd tegen het ijzerdraad kijk ik de bouwput in…beton, staal, verschillende machines waarvan ik de werking niet ken en ook niet weten wil. Hijskranen die hoog boven me uittorenen, muren waar al vaag een contour van een bocht in lijkt te zitten. Geen mens te zien, het geluid van kraaien die vechten om een vrouwtje. Het gekras weerkaatst in de enorme ruimte
Ik draai me om, bussen rijden af en aan. Bij de halte worden de passagier uitgespuugd en ze haasten zich naar het station of naar een andere bus. Belangrijk ogende zakenmannen, kraag omhoog en duur uitziende aktentas nonchalant in hun hand. Het lijkt of ze weten waar ze heen moeten. Oude man met lange grijze krullen, jonge man met kaal hoofd. Stelletjes die gehaast rennend nog net elkaars hand vasthouden. Een groep studenten, luidruchtig schreeuwend, op weg naar huis met in hun tassen de vuile was voor moeder.
Pikzwarte mannen lijken doelloos rond te lopen, zoekend naar elkaar?Jonge vrouw met een mobieltje aan haar oor geplakt, staat naast me een heel verhaal af te steken…boeiend.
Man,vrouw met kinderen, contstant om kijkend..volgen ze nog? Kleurige kleding , saaie kleding, een soepjurk met hoofddoek, boots met loshangende veters, de moeder in mij bijt op haar tong.Ik draai me maar weer om, de rust van de bouwput trekt